Historie

Drama at Carnot Bay

3 maart 1942

Het verhaal van 1st Lt. Danilo Alexander Hendriksz, vader van KEINA-voorzitter Daan Hendriksz, die als officier-vlieger van het ML-KNIL om het leven kwam toen zijn Douglas DC-3 Dakota werd neergeschoten door Japanse Zero’s nabij Broome, Australië.

1st Lt. Danilo Alexander Hendriksz

1st Lt. Danilo Alexander Hendriksz (1915–1942)

Danilo Alexander Hendriksz

Danilo Alexander Hendriksz werd geboren op 25 december 1915 in Koetaradja, Noord-Sumatra. Zijn vader, D.W.A. Hendriksz, was plantagehouder in Nederlands-Indië. Het gezin verhuisde later naar Java, waar Danilo opgroeide op de landbouwbedrijven van zijn vader.

Op 15 mei 1935 trad Hendriksz in dienst bij de 1e Afdeling Artillerie. In april 1939 meldde hij zich als vrijwilliger voor overzeese dienst en werd ingedeeld bij de Prins Hendrik Kazerne in Nijmegen voor koloniale reserve-opleiding. Op 19 mei 1939 scheepte hij in aan boord van de S.S. J.P. Coen en arriveerde op 17 juni 1939 in Batavia.

Op 1 juli 1939 begon hij zijn vliegopleiding op vliegbasis Kalidjati, waar hij trainde op de Koolhoven FK-51 onder instructeur S.M. Kranenburg. Op 3 november 1939 behaalde hij zijn militair vliegbrevet en werd benoemd tot aspirant-officier-vlieger. Hendriksz werkte zich in korte tijd op tot eerste luitenant-vlieger bij de Militaire Luchtvaart van het KNIL (ML-KNIL), waar hij Glenn Martin B-10 bommenwerpers vloog en deelnam aan bombardementsvluchten boven Borneo en Tarakan.

Danilo Hendriksz in uniform

Danilo Hendriksz als officier-vlieger bij het ML-KNIL

De laatste vlucht

Begin maart 1942 was de Japanse invasie van Java onafwendbaar. De laatste militairen en burgers werden geëvacueerd naar Australië. Hendriksz behoorde tot de groep die zou worden ingezet bij het op te richten No. 18 (Netherlands East Indies) Squadron in Australië.

In de nacht van 2 op 3 maart 1942, om 01:15 uur, vertrok een Douglas DC-3 Dakota, registratie PK-AFV “Pelikaan”, vanaf vliegveld Andir bij Bandoeng. Het toestel werd gevlogen door de ervaren KLM/KNILM-piloot Captain Iwan Smirnoff, bijgestaan door co-piloot Johan Hoffman, boordwerktuigkundige Joop Blauw en marconist Jo Muller. Aan boord bevonden zich acht passagiers, onder wie eerste luitenant Danilo Hendriksz, maar ook een moeder, Maria van Tuyn, met haar eenjarig zoontje Johannes.

Onder de stoel van de piloot lag een geheime lading: een pakket diamanten ter waarde van £300.000, naar huidige maatstaven meer dan 20 miljoen dollar, die uit handen van de Japanners moesten worden gehouden.

Kort voor de Japanse invasie was Hendriksz getrouwd met Jacqueline. Vóór zijn vertrek zei hij tegen haar: “Jij moet hier blijven, want ik denk dat ik het niet overleef.” Jacqueline was op dat moment twee maanden zwanger van hun zoon Daan.

Aanval boven Carnot Bay

Op 3 maart 1942, omstreeks 09:00 uur, naderde de PK-AFV de kust van West-Australië, zo’n 80 kilometer ten noorden van Broome, aan de afgelegen Kimberley-kust. Drie Japanse Mitsubishi A6M Zero-jagers onder bevel van Lt. Zenjiro Miyano vielen de ongewapende Dakota zonder waarschuwing aan.

De kogels doorzeefden het aluminium toestel. De bakboordmotor vloog in brand. Captain Smirnoff, geraakt in zijn arm en heup, voerde een noodduikmanoeuvre uit en wist het vliegtuig neer te zetten op het strand van Carnot Bay, waar het toestel 180 graden draaide en met de neus in zee belandde. Het zeewater doofde de vlammen.

De Japanse piloten bleven schieten op de overlevenden die het brandende wrak probeerden te verlaten. Boordwerktuigkundige Joop Blauw en passagier Maria van Tuyn overleden diezelfde avond aan hun verwondingen. Danilo Hendriksz overleed de volgende ochtend, 4 maart. Hij werd slechts 26 jaar oud. Ook Maria’s eenjarig zoontje Johannes stierf enkele dagen later aan zijn verwondingen.

Het wrak van de PK-AFV op het strand van Carnot Bay

Het wrak van de PK-AFV op Carnot Bay (gerestaureerde foto)

Het wrak van de PK-AFV, zijaanzicht

De PK-AFV vanuit een andere hoek (gerestaureerde foto)

De redding

Direct na de crash stuurde marconist Jo Muller een noodsignaal uit. De zes overlevenden maakten van parachutes een provisorische tent in de duinen. Er was geen drinkwater beschikbaar. Vier mannen vertrokken te voet richting Broome om hulp te halen. Een Aboriginal die de crash had gezien, rende naar de Beagle Bay Mission om alarm te slaan.

Op 6 maart, drie dagen na de crash, dropten twee RAAF Wirraways voedsel en blikken melk boven het strand. Aboriginals vonden de uitgeputte overlevenden en voorzagen hen van water en kangoeroevlees. Op 7 maart, om 03:00 uur ’s nachts, arriveerde een reddingsploeg vanuit Beagle Bay. De overlevenden moesten vervolgens 40 kilometer lopen naar de missiepost, waar zij twee dagen later per vrachtwagen naar Broome werden gebracht.

Op de vijfde dag na de crash dropte een Japanse Kawanishi H6K vliegboot nog vier bommen op het wrak. Het wrakstuk bleef jarenlang liggen op het strand en werd uiteindelijk in 1970 met dynamiet vernietigd.

Nasleep

Diezelfde dag vielen de Japanse Zero’s ook de haven van Broome aan, waar vijftien grote vliegboten lagen, volgeladen met vluchtelingen uit Java. Naar schatting kwamen tachtig tot honderd mensen om, voornamelijk vrouwen en kinderen. Het was een van de zwaarste aanvallen op Australisch grondgebied tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Het stoffelijk overschot van Hendriksz werd op verzoek van zijn vrouw Jacqueline via Perth overgebracht naar Jakarta. Daar vond hij zijn laatste rustplaats op het militaire Ereveld Menteng Pulo, een erebegraafplaats waar ruim 4.200 militairen en burgers uit de Tweede Wereldoorlog begraven liggen. Zijn graf bevindt zich in vak C, rij 7, nummer 122.

Op de Perth War Cemetery in Karrakatta, West-Australië, staat in de Dutch Annexe een gedenksteen ter nagedachtenis aan hem en de andere Nederlandse slachtoffers van de aanval op Broome. Op de steen staat het devies van het ML-KNIL: “De Geest Overwint”.

Gedenksteen van D.A. Hendriksz op de Perth War Cemetery

Gedenksteen van D.A. Hendriksz. “De Geest Overwint”

Dutch Annexe, Perth War Cemetery, Karrakatta

De Dutch Annexe op de Perth War Cemetery, Karrakatta

Zijn vrouw Jacqueline en hun pasgeboren zoon Daan werden door de Japanners geïnterneerd en kwamen pas vrij bij de bevrijding in augustus 1945. Zij vertrokken daarna naar Nederland.

De verdwenen diamanten

De diamanten waren bestemd voor de Commonwealth Bank in Australië. Captain Smirnoff was naar verluidt niet op de hoogte van de inhoud van het pakket onder zijn stoel.

De overlevenden wachtten dagenlang op redding in de afgelegen Kimberley-kust. In die tijd bereikte de strandjutter Jack Palmer, bijgenaamd “Diamond Jack”, het wrak. Palmer nam waardevolle spullen mee uit het toestel, vermoedelijk inclusief het grootste deel van de diamanten. Volgens de lokale overlevering liep Palmer het kantoor van Crown Prosecutor Major Cliff Gibson binnen en gooide voor £20.000 aan diamanten uit zout- en pepervaatjes op tafel. Het was slechts een fractie van de totale lading.

Palmer en twee handlangers werden in mei 1943 aangeklaagd voor diefstal, maar vrijgesproken wegens gebrek aan bewijs. Na 1942 leidde Palmer een opvallend welvarend leven en kocht onder meer een huis en een auto.

In de omliggende gemeenschappen Beagle Bay en Lombadina doken door de jaren heen steeds weer verhalen op over diamanten die bewoners hadden gevonden zonder te beseffen wat het waren. Ze werden beschreven als “gekleurde steentjes zonder waarde”. Sommige zouden begraven zijn in tabaksblikken die later niet meer teruggevonden werden. Naar schatting is slechts tien procent van de oorspronkelijke lading teruggevonden. De rest is nooit achterhaald.

Postume erkenning

In 2016 bezocht hobbyhistoricus Bert van Willigenburg Museum Bronbeek in Arnhem, waar hij het verhaal van de PK-AFV ontdekte. Hij spoorde Daan Hendriksz op en zette zich in voor postume erkenning van diens vader.

Op 23 november 2023, 81 jaar na het sneuvelen van zijn vader, ontving Daan Hendriksz op het hoofdkwartier van de Koninklijke Luchtmacht in Breda het Mobilisatie-Oorlogskruis, postuum toegekend aan 1st Lt. Danilo Alexander Hendriksz.

In oktober 2024 werd de driftmeter van de Pelikaan overhandigd op de Australische ambassade in Den Haag. Het instrument was tachtig jaar lang bewaard door de lokale Aboriginalgemeenschap. Het wordt beheerd door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed en is bestemd voor het Aviodrome.

Bronnen